De politieke moord op Frank Vandenbroucke heet bij monde van een illustere partijgenoot ‘defenestratie‘. Enig mooi. Een linguïstisch pareltje van geschiedkundige vergetelheid. Helemaal nieuw is de revival van de defenestratie trouwens niet. Geslagen hond bij uitstek Jean-Marie Dedecker pakte er twee jaar geleden al mee uit. Niet echt een verrassing, maar soit. Jean-Marie heeft van het gedefenestreerd worden immers een beroep gemaakt. Ook een verdienste op zich. Andere gedefenestreerden volgens google: Open VLD’er Karel De Gucht en VRT-journalist Sigfried Bracke.

Defenestratie is het gooien van iets of iemand uit het raam. De term kwam tot stand rondom een gebeurtenis in het Praagse burcht in het jaar 1618. Het woord stamt uit het Latijn de (van; uit) en fenestra (raam of opening).”

(Bron: Wikipedia)

Woordenschat is net zoals politiek onderhevig aan modegrillen. Het zijn ook meestal politici die in onbruik geraakte woorden een tweede leven bezorgen. Politici of journalisten. En dan is het nog maar de vraag wie er eerst was: de kip of het ei. Meestal gaat het om geschiedkundige termen of afgeleiden daarvan. Denk bijvoorbeeld nostalgisch terug aan de ‘nacht van de lange messen‘ die te pas en te onpas opduikt. Maar alles met mate, want voor clichés geldt maar één remedie: defenestratie!