Dat smoelenboek blijft mij verbazen. Er voelde er ééntje de behoefte om een groep op te richten voor oud-leerlingen van het zesde studiejaar 1981-1982 ergens in Mechelen. Tot daar aan toe. Een beetje nostalgie op zijn tijd kan nooit kwaad, al heb ik dan zelden tot nooit met weemoed teruggeblikt op mijn schooltijd. Vandaag valt mijn oog op een foto van een puntenlijst van mijn zesde zaliger. Met naam en toenaam. 65 % voor wie het worst kan wezen. Wel wel…
Nu ik er zo over nadenk: 65% was voldoende maar ook niet meer dan dat. Dat was overigens een bewuste strategie. Als er zoiets als eco-studying bestond, dan heb ik het uitgevonden. Net genoeg energie verspillen om het minimum vereiste resultaat te boeken. In het zesde stond mijn tactiek nog niet op punt. Laat dat duidelijk zijn.
Uit pure curiositeit ben ik ook maar meteen mijn toenmalige klasgenoten gaan googelen. Er verkoopt er ééntje tuinmeubelen, er werkt er ééntje daken af, en er is er één product-manager of priester/publicist van boeken. Dat laatste is niet helemaal duidelijk. De overgrote meerderheid laat geen sporen na op het internet en is misschien nog het slimst. Al blijkt dat ook niet altijd uit hun punten. Puntenlijsten liegen niet. Ik zou kunnen afsluiten met een cliché in de trant van ‘wat gaat de tijd toch snel’.
Man man man, wat gaat die tijd toch snel.
com
Als het varken zat is, gooit het de bak om. Niet dat er afgelopen zaterdagnacht gemorst is met het schuimende goud. Verre van. Trouwens, lang geleden nog een post ingeleid met een oud Vlaams spreekwoord. Ook lang geleden zo bezopen geweest. Nog meer lang geleden zoveel bezopen mensen bij mekaar gezien. Een mens zou zich wat vaker naar hogere sferen mogen slikken. (Nuja, uitzonderingen niet te na gesproken.) En of de sfeer hoog was opgelopen zondagmorgen? You bet’cha! Zo hoog dat we ons ranke lijf -afgezien van de toogzweer die almaar meer lijkt te willen etteren- nog amper tot op het derde kregen gepiloteerd. Omdat de goei benen de bus gemist hadden na een marathon tooghangen.
Over benen gesproken: waarom maken al die sloten drank ook altijd wel de sociaal assistent in onszelf wakker? Wat heeft dat met benen te maken, zal u denken. Wel, ik zal het u vertellen. Of beter nog: bloggen. Tegen sluitingstijd raakt de melancholicus in onszelf steevast aan de praat met een trieste man. Zo triest dat zelfs een loketambtenaar van de burgerlijke stand het amper droog zou houden. Een man op leeftijd -een jaar of 55 weet hij ons mee te delen- vertelt ons dat hij met wat geluk nog net de zestig haalt. Botkanker. Einde verhaal. ‘Jullie zijn te jong voor mij’, klinkt het bijna verwijtend. Iedereen zat en zorgeloos, behalve deze ouwe kankeraar. Hij wijst naar zijn stok, en het contrast met het zootje benevelde feestneuzen kon niet groter zijn. We beseffen dat het leven eindig is, want dat besef lijkt ons maar al te vaak te ontspringen als ware het de dans van Pieter Loridon in een fout tv-programma. En we voelen ons goed, en ook wel een heel klein beetje schuldig. Maar ook niet té schuldig, want wat was is geweest. En wat zal zijn wordt. We dansen nog net voor het verlaten van het pand een rondje met onze wederhelft. Want het is tijd om te gaan, maar ook nog lang geen tijd om heen te gaan.
1 com
Vanmiddag heb ik mezelf een goed geweten gekocht. Ik ben nu officieel ‘solidarity partner‘. Bekt lekker, niet? Oxfam-solidariteit maakt het verschil. Tenminste, dat beloven ze. Bovendien: ik weet niet meer hoeveel miljard mensen drinkwater ontberen, maar structurele hulp ondersteunen met een aalmoes kan heel misschien helpen. Een druppel op een hete plaat of zo…
Verkopen is ook een vak. De jongere die ons uiterst genuanceerd, geargumenteerd en vrijblijvend aansprak aan de ingang van Gent Sint-Pieters mag de pluim op zijn hoed steken. Tien minuten later overigens nog een juffrouw met een inzamelactie onder het mom van een daklozenpetitie wandelen gestuurd. Derde of vierde wereld? Een dilemma als geen ander…
Tot slot, een goede raad voor de barmharigen des werelds: kom nooit een half uur voor vertrek aan in het station!
com
Een mens neemt doorgaans vakantie om uit te rusten, of om tenminste het gevoel geen vat meer te hebben op de tijd uit te wissen. Ik heb deze week van drie dagen vakantie genoten. Ik heb het nooit zo druk gehad. Ik heb zelden zo vaak in restaurants en cafés gezeten. Ik heb zelden zoveel katers verteerd. Ik ben zelden zo sociaal geweest. Ik heb zelden zo vaak ‘ja’ gezegd. Ik ben moe. Ik wil vakantie.
com
Geluk in het leven is niet altijd een grote inspiratiebron. Sterker nog, een portie Weltschmerz voedt de kunst. Liever niet natuurlijk, en bovendien is geluk ook de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bijkan. Daarom ook dat het hier, maar nog meer op het actualog, nogal stil werd de laatste weken. Misschien eens een oor amputeren? Of weer méér gaan drinken? Tips altijd welkom.
com
Het is hier zo stil als in de stille Zuiderkempen. Niet dat we niks meer beleven, al lijkt het heden vaak een gesampelde versie of -nog erger- flauw afkooksel van wat al geweest is. De lente is in het land, en plots kom je tot het besef dat je eigenlijk al die tijd weer op een illusie aan het wachten was. De illusie dat het allemaal beter zou worden, terwijl het -integendeel- allemaal duister lijkt te worden. En elk jaar weer laat je je in de luren leggen. Want met de zon komen ook de onrust en het gemis, en de herinnering aan illusies die, in tegenstelling tot dat verwachtingsvolle lentegevoel, nooit terugkomen. Is dit het nu? Ja, dàt is het nu. Amen.
com
Dan heb je eens een dagje vrij en raap je al je moed bij mekaar om te gaan winkelen, en dan blijkt het schoolvakantie te zijn. Gevolg: de bakvissen welen tierig in de binnenstad. Zo tierig dat je op zijn minst een kwartier mag wachten aan het pashokje. De hel, meneer!
Wat is me dat tegenwoordig met dat wachten? Overàl moet je tegenwoordig wachten godverdomme. Bij de bakker, aan de telefoon, op de weg, op de trein… Noem het, en je bent aan het wachten. De cholera krijg ik ervan. Zitten we niet gewoon met teveel ratten in dezelfde krappe kelder? Wachten is nutteloos. Ik heb dan ook geen geduld. Bovendien eis ik ruimte en afstand. Niet alleen de emotionele afstand die van toepassing is voor wildvreemden, maar ook de kassa- of pashokafstand die van toepassing is voor al wie mij voorgaat. Gelieve daar rekening mee te houden. Danku.
com
Wist u dat een gnoe in het Engels ‘wildebeest’ heet? Wat een mens niet opsteekt van een avondje National Geographic Chanel kijken. En vraag me niet waarom ik nu plots aan Saartje Vandendriessche moet denken. Het zal wel aan De Laatste Show gelegen hebben. A propos, hier ziet u de kruising van een gnoe met Saartje Vandendriessche.
com
Ik vraag me wel eens af, noem het gerust een ‘afvraging‘, hoeveel paraplu’s er al gesneuveld zijn bij het stormweer van vandaag.
1 com